Nieuw beleidsplan classis Delta moet ‘levend document’ worden
We stellen steeds iemand uit het ‘classicale werk’ aan u voor, zodat iedereen in de classis Delta hen kan leren kennen. Deze keer: Ina in ’t Veld-Rentier uit Westmaas, lid van de Classicale Vergadering en het Breed Moderamen en schrijver/samensteller van het nieuwe beleidsplan voor de classis Delta.
door Margreeth Ernens
WESTMAAS – De Classis Delta is voortdurend in beweging en daarom moet een nieuw beleidsplan een ‘levend document’ worden, dat kan worden aangepast. Ina in ’t Veld-Rentier (68) uit Westmaas is de schrijver en samensteller van dit beleidsplan dat binnenkort aan de Classicale Vergadering wordt voorgelegd ter goedkeuring. ,,Ik hoop dat het kritisch wordt gelezen. Het is niet erg als er ergens iets wordt veranderd. De bedoeling is dat we er voortaan twee keer per jaar kritisch naar kijken, hoe ver staan we.’’
Ina is een bevlogen ‘kerkmens’. Ze is altijd actief geweest in haar kerk, De Open Hof in Oud-Beijerland. ,,Ik ben geboren in Zierikzee en ben dus een echte Zeeuwse. We wonen in Westmaas, maar mijn man komt uit Oud-Beijerland, dus daar kerken we. Mijn kerkelijke carrière ging ‘met de kinderen op’, om het maar zo te zeggen. Eerst kinderoppas, dan kindernevendienst, jeugdouderling (dat was heel leuk om te doen), lid van de stuurgroep vernieuwbouw kerk (we gingen van twee naar één gebouw), voorzitter taakgroep pastoraat en daarna zes jaar voorzitter van de kerkenraad. Die stuurgroep was ook heel interessant en leuk om te doen.’’
Nee zeggen
Momenteel is Ina interim scriba van haar gemeente die ongeveer 1500 leden telt. ,,Ik kan wel nee zeggen, maar ik heb dit zelf aangeboden omdat het tijdelijk is. Als oud-voorzitter van de kerkenraad had ik weinig uitleg nodig natuurlijk. Om zitting in de Classicale Vergadering en het Breed Moderamen van de classis te kunnen nemen werd ik indertijd herbevestigd als ouderling.’’ Ina ervaart haar gemeente als heel betrokken. ,,Bij de kerkverbouwing hebben we gedroomd over de toekomst. Zo kun je onderscheiden Kerk-Kring-Kroeg, de drie K’s. Er is de eredienst, het kringwerk en onze Huiskamer. Vooral die Huiskamer is heel belangrijk geworden in onze visie. Hij is dan ook elke dag open voor iedereen en er zijn veel activiteiten. Zo is De Open Hof al een jaar of vijf aangesloten bij WijDeKerk. Mensen die zich elders niet thuis voelen komen naar ons. We doen dan ook mee met TafelTijd, de gespreksmaaltijd voor LHBTI’ers en belangstellenden.’’
Die betrokkenheid bij mensen heeft Ina altijd al gehad. Ze was jarenlang verpleegkundige in het Sophiakinderziekenhuis in Rotterdam, waarna ze docent kinderverpleegkunde werd. ,,Maar elke dag stond ik in de file, dat was niks.’’ Ze gooide het roer om en kwam in de ouderenzorg terecht in de Hoeksche Waard. Eerst als docent en de laatste 15 jaar als beleidsadviseur voor een instelling. Sinds haar pensioen 4,5 jaar geleden is ze vrijwilliger in de hospice. ,,Daar ben ik in mijn element. Ik doe twee diensten in de week, een kookdienst en een avonddienst. Dat is heel fijn werk. We hebben het gezellig met elkaar en met de gasten. We willen zoveel mogelijk kwaliteit bieden.’’
Ina is ook een familiemens, samen met haar man past ze regelmatig op hun zeven kleinkinderen. ,,Onze dagen zijn gevuld, mijn man doet vrijwilligerswerk bij de dierenambulance. Gelukkig kúnnen we het doen, we zijn gezond.’’
Dit past bij mij
Door haar werk als beleidsadviseur wist ze precies wat van haar verwacht werd voor het nieuwe classisbeleidsplan, dat zal gelden van 2026-2029. ,,Als CV-lid en lid van het Breed Moderamen wilde ik iets extra’s doen. Zo’n beleidsplan opstellen past bij mij en mijn ervaring kon ik goed gebruiken. Ik kreeg van het BM en de CV alle ruimte en heb daarbij ook veel samengewerkt met Janet Bac van het classisteam en onze classispredikant Corine van Eck. De Heidag in oktober over het nieuwe beleidsplan was ook heel erg leuk. Dan zie je weer hoe zeer de CV-leden zijn betrokken. We hebben alle suggesties en ideeën van die dag geïnventariseerd en daarna was het schrijven geblazen. Door corona zijn veel punten in het oude beleidsplan niet gerealiseerd. We hebben gekeken of daar iets van viel mee te nemen en dat werd de basis voor dit tweede beleidsplan.’’
Haar kritiek op het eerste beleidsplan geldt vooral dat het de laatste paar jaar niet is geëvalueerd. ,,Dat moet wél, dan pas kun je prioriteiten stellen. Dat gaat niet om mensen meer werk te bezorgen maar om de vraag: waar staan we en waar gaan we naar toe.’’ Ina hoopt op een levendige discussie in de CV, want ‘dan kun je zeggen: Hier staan we achter, dit gaan we doen.’ ,,Ik zou het jammer vinden als er niets mee wordt gedaan.’’
