Een bijzonder graf voor een markante ambachtsheer
door Margreeth Ernens
RITTHEM โ Een bijzondere plek voor een markant man: het graf van ambachtsheer Nicolaas Cornelis Lambrechtsen (Vlissingen, 29 februari 1752 โ Middelburg, 21 mei 1823) in Ritthem ziet er weer puntgaaf uit. Daar is twee jaar aan plannen en restaureren vooraf gegaan, zegt Peter Ostรฉ, kerkrentmeester van de Protestantse kerk in Ritthem. Het graf van Lambrechtsen ligt in de tuin van het rustieke kerkje en valt als zodanig onder de verantwoordelijkheid van de kerk.
,,Het was niet alleen รณns opgevallen dat het graf hoognodig moest worden opgeknapt, ook Nicolineย Beck, een nazaat van NC, zoals de familie hem noemt, vond dat er iets moest worden gedaan. Dat was hard nodig, want de zerken waren niet meer te lezen, het metselwerk viel uit elkaar en het hek moest opgeknapt worden. In februari 2024 bezocht Beck Ritthem en gingen we met elkaar in gesprek. Als kerkrentmeesters wilden we het graf graag aanpakken, maar daar had onze kerk geen geld voor. De financiering was dus een punt. Het Hurgronjefonds, dat vaak subsidies verstrekt, is van een bepaalde tak van de familie en dat fonds verdubbelde het geld dat wij bij elkaar sprokkelden. Zo kwamen we aan 15.000 euro. Een oproep in het dorp en een beroep op de familie zorgden voor de laatste paar duizend euro.โโ
De restauratie (van september 2025 tot januari 2026) werd gedaan door Adriaan Rijken uit Koudekerke, die in de wijde omgeving zijn strepen inmiddels heeft verdiend met het opknappen van oude graven. Smederij Matthijsse uit Meliskerke zorgde voor het hek. ,,Als kerk wilden we het metselwerk laten restaureren, maar uiteindelijk werd het graf helemaal aangepakt en ook geopend. Nicoline Beck wilde zekerheid hebben of de schoonzussen van NC ook in het graf lagen.โโ In deze periode werd ook duidelijk dat het een familiegraf was, dat ook bedoeld was voor de schoonzussen van Lambrechtsen, Johanna en Hillegonda Schorer.
Unieke constructie

Kerkrentmeester Peter Ostรฉ met de Bijbel die ambachtsheer N.C. Lambrechtsen indertijd aan de kerk schonk. Op de tafel liggen foto’s van de restauratiewerkzaamheden. | foto Margreeth Ernens
De schoonzussen bleken er niet te liggen, maar wel werd de unieke constructie van het graf zichtbaar: onder de zerk lagen extra stenen en de beide grafcompartimenten waren gevuld met water. ,,Daar zullen de inundatie van 1944 en de Watersnoodramp van 1953 ook aan hebben bijgedragen. Dat water heeft ervoor gezorgd dat de grenen kist nog puntgaaf was, omdat er geen zuurstof bij kon komen. Eerst was het plan het graf te vullen met zand en/of schelpen, maar daar is later weer vanaf gezien. Het graf is gesloten nadat het op dezelfde manier is gevuld met water en stenen. Het is dus weer zuurstofvrij en kan weer heel lang meeโโ, zegt Peter.
Vrijdag 30 januari 2026 werd het graf in alle gerestaureerde pracht onthuld in aanwezigheid van de huidige ambachtsheer Jos Lambrechtsen, vele nazaten en burgemeester Bas van den Tillaar van Vlissingen.
Naast het met een hek omsloten graf staat nu een informatiebord dat kort uitlegt wie Nicolaas Cornelis was. Want dat hij een bijzonder man was, staat als een paal boven water. Deze ambachtsheer van Ritthem werd in 1823 op deze mooie plek te ruste gelegd omdat hij veel voor Walcheren, de Zeeuwen en het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen heeft betekend.
Een markant leven
Geboren in 1752 als zoon van raad en schepen van Vlissingen, Nicolaas Lambrechtsen (1716-1780) en Maria Kroef (1725-1785), vertrok NC na de Latijnse School naar de universiteit van Utrecht, waar hij als 21-jarige ‘met grote lof’ promoveerde in de rechtsgeleerdheid.
Vanaf 30 april 1774 was Lambrechtsen pensionaris van Vlissingen, de hoogste juridisch adviseur van de gemeente Vlissingen. In de roerige tijden rond de Franse revolutie en de opkomst van de Bataafse Republiek zetten de gewone burgers zich af tegen de notabelen en adel, wat op 29 september 1787 resulteerde in de plundering van het huis van Lambrechtsen door oranjegezinden. Lambrechtsen verhuisde daarop naar Middelburg, waar hij actief was in de gemeenteraad, als wethouder en als gedeputeerde van de Provinciale Staten van Zeeland.
Tussen 1793 en 1823 woonde hij afwisselend aan de Rouaanse Kaai in Middelburg en in het Huys Den Dolfijn, de plek waar tegenwoordig de Middelburgse wijk Dauwendale ligt.
Na de omwenteling van 1795 werd Lambrechtsen namens Vlissingen lid van de Vergadering van Provisionele Representanten van het Volk van Zeeland. Als zodanig werd hij afgevaardigd naar de Algemene Vergadering die de Eerste Nationale Vergadering moest voorbereiden. Hij deed zijn werk nauwgezet, zonder oordeel en met respect voor de ander.
Ook als wetenschapper maakte hij indruk en heeft hij veel publicaties op zijn naam staan. Zo was hij de eerste die schreef over Nieuw Nederland, een zeventiende-eeuwse Nederlandse kolonie aan de oostkust van de VS, met Nieuw-Amsterdam (het huidige Manhattan, New York City) als hoofdstad. Ook heeft hij meegeschreven aan een belangrijke publicatie over Oost- en West Indische zaken, met nadruk op de V.O.C. (De Verenigde Oost Indische Compagnie) en W.I.C (de West Indische Compagnie). In 1841 werd hij dan ook hoofd van de commissie voor Oost- en West Indische zaken. Koning Lodewijk Napoleon benoemde hem tot staatsraad in buitengewone dienst. Van 1787 tot 1795 werkte hij mee aan de Bijvoegselen, aanmerkingen en nalezingen op de nieuwe druk van Wagenaars Vaderlandsche Historie, een werk dat nog steeds belangrijk is voor onze geschiedschrijving.
Lambrechtsen trouwde in 1790 met Maria Petronella Schorer (1760-1803), lid van de bekende familie Schorer. Uit dit huwelijk werden een zoon en een dochter geboren.
Gevangen
Nadat hij in 1813 acht weken lang werd gevangen gezet, legde Lambrechtsen zijn functies neer. Een jaar later erfde hij de Heerlijkheid Ritthem van zijn oom Antonie Pieter Lambrechtsen. waarna hij zich Nicolaas Cornelis Lambrechtsen van Ritthem noemde. Ritthem, dat Lambrechtsen herinnert als โeen goed ambachtsheerโ, ontving van hem een Bijbel uit 1783. Het boek ligt nog altijd in de kerk.
Naast zijn politieke functies had Lambrechtsen vele nevenfuncties, vooral op het gebied van cultuur en wetenschappen. Hij publiceerde over de Zeeuwse geschiedenis en staatsinrichting en ondersteunde kunstenaars, bijvoorbeeld Jacobus Bellamy. Hij was voorzitter van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, dat hij met eigen geld behoedde voor ondergang. Voor zijn persoonlijke inzet daarbij werd Lambrechtsen geridderd in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Een week later, op 21 mei 1823, overleed hij. Omdat hij zich als wetenschapper al vroeg tegen het begraven van overledenen in de kerk keerde, werd Lambrechtsen in de kerktuin begraven, een nieuwigheid in die tijd.
Onderstaande foto’s van het restauratieproject werden gemaakt door Michel de Vos Burchart.
/

















